maandag 15 augustus 2016

12 augustus 2016 Vroeg op om vóór de storm in Nidri te zijn

Precies om 06.00 uur net vóór de wekker wordt ik wakker en sta op. Het lijkt al weer vroeg te gaan blazen, maar het kan ook een kaapwind zijn. Als wij de boel klaarmaken voor vertrek zien we ook een grote tweemaster al vertrekken.
Om 07.00 uur gaat het anker er uit en de zeilen omhoog. We kunnen prachtig zeilen en de wind valt nog erg mee. Bij de kapen, zoals verwacht, trekt de wind door naar 18 knopen. Ik kan de boot goed trimmen en hoef nauwelijks te sturen. We zien steeds meer boten op het water verschijnen. De flottieljeboten moeten worden ingeleverd en iedereen wil voor de beloofde harde wind in een veilige haven zijn.
Mary ruimt de lijnen op na het zeilen. Vlak voor het eilandje Arkourdhion valt de wind weg en kan de motor het weer overnemen. Om 10.30 uur vinden we een plekje aan de kade, dichtbij het strandje in de vertrouwde haven van Nidri.
De voorspelde NWwind blijft lang weg door een verkoelende ooster. Pas later die middag waait het een beetje harder uit het noorden, maar het is niets vergeleken met Efemia. Marc meldt dat het daar wel heel hard waait. foto Jan Grieveson van de “Mychi” meldt zich aan de kade. Het weerzien is hartverwarmend. Hij neemt ons later die avond mee in de bergen naar een restaurant, waar behalve een solozanger met gitaar ook de Lefkas Shantyzanger zingen. Ik mag meedoen, maar sta grotendeels te playbacken omdat ze voor mij onbekende shanties zingen. We hebben een leuke avond en zijn blij weer heelhuids op de boot te zijn omdat chauffeur Jan er best een paar op had.

11 augustus 2016 Vervelende valwinden in mooie baai op Ithaka

De warmte van de haven vraagt om een zwempartij in een zonovergoten baaitje. Dat baaitje kennen we op de zuidpunt van Ithaka. Het betekent wel dat we de andere morgen heel vroeg op moeten want er zit zwaar weer aan te komen. Het baaitje is inderdaad weer mooi en niet eens overvol met Italiaanse boten. Dit keer breng ik met m’n nieuwe Crocs aan m’n voeten de lijn op de wal uit met het dregankertje aan een stootwil. Prima zo en gauw zwemmen. Even later komen de eerste valwinden uit de bergen en de boot wordt helemaal dwars gewaaid en we besluiten de lijn op de wal te verwijderen. Nu gaat Mary, maar ik vergeet te zeggen dat ze het dreganker aan de stootwil moet hangen. Dat doet ze niet en bij het inhalen van de lijn gaat ze onder water. Ik hoor een angstkreet, stop met aanhalen van de lijn en even later moet Mary noodgedwongen het anker met ketting laten vallen. De boot is inmiddels helemaal van de wal afgedraaid en ze moet flink doorzwemmen om weer aan boord te komen. Ze is een beetje overstuur, maar het gaat gelukkig weer snel over. Als ik ga kijken of ik het anker kan terugvinden is ze bang dat ik ook onder wordt getrokken. Ik maak een haak van een oude stalen klerenhanger en bevestig dat aan de aluminium bezemsteel. Die gaat in de langste stand en ik ga met een stuk touw er aan en de stootwil op jacht naar het anker dat ik al heb zien liggen op de bodem. Ik duik en bij de eerste poging haak ik de ketting vast, trek het voorzichtig omhoog, bevestig het touw aan de ketting, grijp het touw van de stootwil waardoor het anker niet zwaar meer is en zwem terug naar de boot. Dreganker terug, maar wel een heel avontuur en stukken minder romantisch dan wij van onze baai verwachtten. Wat we dan nog niet weten is dat de hele avond windvlagen over de heuvels de baai in vallen. De boot draait als een dolle achter het anker in vlagen van rond 20 Knopen. We willen eigenlijk vroeg naar bed, maar ik blijf voor de zekerheid tot twaalf uur op omdat ik het niet vertrouw. ’s Nachts gaat de wind wel liggen, maar af en toe komt er weer zo’n vlaag. Ik zet voor de zekerheid de ankerwacht en de wekker op m’n Iphone.
Blauwvoetwolk

10 augustus 2016 Nog een dagje Efemia

Deze dag verloopt volgens het standaard regime. Ontbijten, koffie, beetje lopen, boodschapje, frappe en freddo cappuccino, beetje shoppen (ik koop een paar heerlijk zittende Crocs met stoffen bovenzijde), biertje en maaltijd in het uitstekende restaurant waar Marc en Corine altijd eten. Na het eten nemen we afscheid en spreken af elkaar in het najaar weer op te zoeken in België of Nederland.
Op die bult rechts hebben Jaap Boers en ik vorig jaar nog een tochtje met gehuurde scooters gemaakt.

woensdag 10 augustus 2016

9 augustus 2016 Beschutte ligplaats in overvol Efemia

Als we vertrekken uit Ormos Oxias denken we weer een dagje te kunnen zeilen. De zeilen worden in gereedheid gebracht, maar het wordt niks. Er is wind voorspeld, maar kennelijk houdt de wind nog even z’n adem in. Motoren dus richting Ithaka en Kefalonia. Als je denkt dat er bent moet je nog drie uur varen omdat een groot deel van de eilanden verscholen ligt achter de horizon. Onderlangs Ithaka nemen we een duik in het strakblauwe water. Dit is de plek waar de route heen die van de route terug van het Rondje Peleponesos elkaar kruisen. Het zwemmen helpt om te koelen. Dan trekt de wind alsnog aan.
In het kanaal tussen Ihaka en Kefalonia zie ik plotseling witte koppen op het water en binnen 5 minuten worden we getrakteerd op 25 knopen wind. De buiskap moet er weer op omdat de golven snel hoger worden en de wind het zoute water over de boot kletsen. Een puntje fok erbij levert meteen zeven knopen snelheid door het water op. Bij de haven horen we op Kanaal 74 een hoop misbaar over boten in de haven waarvan de ankers onklaar zijn en in elkaar gedraaid. De nachtmerrie van elke schipper. We laten het anker in de kom vallen en wachten tot we worden opgeroepen. Terwijl de dwars op de boot staande wind met 22 knopen door het want giert vaar ik de boot met flinke snelheid achteruit naar de kade. Mary heeft het anker op de juiste plek tussen de andere ankers laten vallen en viert de ketting uit. Het gaat weer perfect en we krijgen een compliment van havenmeester Miky.
Ook de “Cosi” heeft een plekje gekregen op de kop van de pier. Marc wil niet graag zijn anker tussen al die knoeiers hebben. Dat er knoeiers tussen zitten ervaren we later zelf als eerst de vertrekkers ons anker pakken en later de nieuwe buren hun anker over het onze gooien. Dat betekent een krabbend anker, dat ik een meter of tien moet inhalen om het opnieuw te laten ingraven. Eer dat ik zeker ben van de zaak zijn we al weer een uurtje verder.
’s Avonds eten we met Marc en Corine in een puik restaurant dat een meer dan gemiddelde kwaliteit eten heeft.

8 augustus 2016 Een Biesbosch bij de bergen

We gaan verder en nemen afscheid van Frans en Diana, die bemanning oppikken in Mesolonghi. Zeggen ook gedag aan de crew van de Buano Vista met een beterschapswens voor Gerard. Nog bedankt voor de goede steigerdouche, die we mochten gebruiken, een kort stukje slang met perfecte sproeikop.
We laten Patras en daarmee de Peleponesos achter ons. Ons rondje zit er bijna op. Samen met de “Cosi” motoren we naar de volgende bestemming een soort delta bij de bergen inclusief meanderende rivier. Van zeilen komt weer niks. We ankeren in een lagune bij één van de oude uitmondingen van het riviertje lekker onder de beschutting van een soort mini Rottemeroog, inclusief honderden zeemeeuwen.
Mary en ik gaan met Marc in zijn snelle dinghy op zoek naar de goede ingang van het riviertje. Na een beetje zoekwerk komen we op de rivier. Die slingert zich een weg naar zee en wij varen behoedzaam naar binnen. Hier staan wel wat vissershuisjes of vakantiehuisjes, maar verder is het uitgestorven. Op de landerijen, die grotendeels achter dik Biesboschriet verscholen gaan horen we trekkers. Kennelijk vruchtbare grond in dit mini stukje Holland. Zo mini dat de zee en de heuvels, hoger dan de Vaalse Berg, op één foto passen.
Onze boten in de oude riviermonding met bergen op de achtergrond.

7 augustus 2016 Koortsige buurman in Patras

Als ik ‘s morgens Jacqueline begroet kijkt ze minder vrolijk. Gerard had hoge koorts vannacht door een slepende ontsteking in knie. We bespreken de opties en als even later de taxi zich meldt staan er al meerdere vrijwilligers om Gerard uit de boot in de taxi te tillen. Tot ieders opluchting lukt hem dat helemaal zelf. Ze gaan naar het ziekenhuis. Mary en ik fietsen naar oude stad. Even een selfie tegen het glas van één van de ferryterminals.
Het is warm, maar de rijwind verkoelt en we proberen daar te fietsen waar ook schaduw op de weg valt. Gelukkig is het zondag, want de wegen zijn niet druk. Er is nauwelijks verkeer. We zijn op zoek naar een oude koepelkerk, die we gisteren in de verte zagen. Ik denk dat die op een heuvel in de oude stad staat, maar we belanden na een stevige klimpartij op een plein met terrassen in het groen. Al snel zetten we de fietsen op de stoep en laten ons vallen op twee stoelen bij een tafeltje en een grote ventilator. We vragen de serveerster naar de kerk en onze buurvrouw weet raad. Ze spreekt aardig Engels en al snel hebben we een gesprek, waarbij zij optreedt als tolk voor haar man. Hij blijkt, net als de fietsenmaker, ook zo’n vooringenomen standpunt over “die Noordeuropeanen”. Wij zijn in zijn ogen een uitzondering, maar hij is erg blij om ook gewone mensen uit die rijke koude landen te kunnen spreken. Bij het afscheid geeft hij ons een compliment over de open discussie die we kunnen voeren en geeft spontaan een aansteker cadeau. We fietsen verder naar de St. Andreaskerk, die keurig gerestaureerd wordt en kijken ook even binnen in de indrukwekkende koepel vol mooie schilderingen.
Op de terug weg naar de boot valt op hoe versleten deze stad is. Het is een soort Den Helder. Er komen heel veel mensen aan uit overzeese landen, maar die gaan onmiddellijk door naar meer toeristische oorden. Veel panden staan te verpieteren en ik zie weinig investeringen. Bij de boot blijkt Gerard terug en inmiddels geholpen aan het verwijderen van een kiste in z’n knie. De Nederlandse doktoren konden hem niet helpen, maar de Grieken hebben even doorgepakt tot ze de oorzaak van het probleem vonden. Dat geeft hoop.

6 augustus 2016 Patras net zo heet als Madras

Om 08.30 gaat het groene doek er al weer op. Frans brengt brood van de bakker voor een heerlijk ontbijtje in de kuip. Ik ga later met Frans met de vouwfietsen op verkenning. Er moeten nog leuke restaurantjes zijn bij een strand verderop. We belanden bij een soort strandtent Mare Mare. Aristea, ik noem haar Aristoteles, tapt biertjes. We denken dat dit wel een leuk tentje is om te eten en peddelen weer bootwaarts. Jacqueline en Gerard van de Rassy zijn naar de zeer bezienswaardige tandradbaan geweest en laten plaatjes zien. Gaan we bij minder warm weer nog eens bezoeken…. Nu drinken we samen een biertje.’s Avonds eten bij Mare Mare maar dat blijkt maar Zo Zo. Aristea is er niet, maar de locatie is gelukkig wel leuk.
De zon gaat mooi onder en Marc maakt een foto van ons. Na het eten bel ik jeugdvriend (we kennen elkaar meer dan 50 jaar) Peter Campfens en feliciteer hem met het bereiken van de leeftijd van jonge oudere. Madras ligt overigens in tropisch India. Lang geleden, toen vliegtuigen nog moesten bijtanken, even geweest onderweg naar Australië.